Vorige week donderdagochtend kreeg mijn fotomaatje onverwachts uitzonderlijk bezoek van over de Friese grens …
Rond negen klonk er een enorme knal door het huis, het was alsof er iets ontplofte. Jetske liep naar de noordkant van de kamer, waar het geluid vandaan leek te komen, en zag in de tuin een grote roofvogel liggen …
Alert als altijd pakte ze haar camera, waarna ze zich de tuin in spoedde. De vogel leek intussen van de eerste schrik te zijn bekomen. Klapwiekend draaide het dier zich om …
Al snel krabbelde de imposante vogel overeind, waarna hij in eerste instantie probeerde om te vluchten door het raam …
Voorzichtig en op gepaste afstand probeerde Jetske de vogel de andere kant op te leiden. Met succes, want plotseling draaide het dier zich om, waarna het de vleugels spreidde om in noordelijke richting de Friese grens weer over te steken …
Toen de vogel uit zicht was verdwenen, ontdekte Jetske iets verderop een dode spreeuw …
Navraag bij Heidehipper – de grootste vogelkenner in ons netwerkje – leerde, dat het waarschijnlijk een vrouwelijke sperwer is geweest: "De kans dat zij achter die spreeuw aan heeft gezeten is heel erg groot. De spreeuw heeft zich waarschijnlijk dood gevlogen tegen het raam. Gevolgd door de sperwer die zich bijna een hersenschudding vloog. Omdat jij er was heeft zij die Spreeuw niet meegenomen. Was je er niet geweest dan was die Spreeuw in de ‘soep’ gegaan en opgegeten …"
Kortom: de spreeuw was de grootste pechvogel, omdat hij het niet heeft overleefd. De sperwer was een geluksvogel, dat ze zo weer weg kon vliegen. Maar Jetske was de grootste bofkont, want je krijgt niet vaak de kans om een sperwer van zo dichtbij te fotograferen.





